Knoflook (Allium sativum) is een bolgewas dat behoort tot dezelfde familie als ui, bieslook, sjalot en prei. Het kruid is wereldwijd bekend om zijn sterke geur en uitgesproken smaak, en vormt al duizenden jaren een vast onderdeel van keukens over de hele wereld. In Frankrijk, het Middellandse Zeegebied en Midden-Europa wordt knoflook dan ook veelvuldig gebruikt.
Net als andere bolgewassen slaat knoflook voor de winter energie op in een ondergrondse bol, waardoor de plant in het voorjaar snel kan uitlopen en bloeien. De plant groeit het best op goed doorlatende grond en in de volle zon.
Een verse knoflookbol bestaat uit meerdere stevige, dikke tenen die verpakt zijn in een papierachtig omhulsel. De buitenkant moet droog zijn en vrij van schimmel of verkleuring. Hoewel grotere bollen vaak ook grotere tenen bevatten, zegt de grootte weinig over de kwaliteit. Kleine tenen kunnen net zo goed stevig en vol van smaak zijn.
Oorspronkelijk is knoflook inheems in Centraal-Azië. Van daaruit verspreidde het zich naar andere delen van de wereld. Er wordt gezegd dat knoflook al rond 3500 voor Christus in Egypte werd gebruikt. Volgens sommigen zou de bouw van de piramides niet mogelijk zijn geweest zonder knoflook, vanwege de belangrijke rol die het speelde in het dieet van arbeiders.
Knoflook is een veelzijdige smaakmaker en wordt zowel vers als gedroogd gebruikt. Je kunt het fijnsnijden, persen of in poedervorm toepassen. Het past in een breed scala aan gerechten en wordt gebruikt in sauzen, marinades, stoofschotels en soepen. Van mediterrane klassiekers tot Midden-Europese gerechten – knoflook voegt altijd iets toe aan het geheel.